Antoinnette Scheulderman


Actrice en schrijver Nhung Dam: ‘Aandacht besteden aan gevoelens werd bij ons thuis als een vorm van luxe gezien’

Nhung Dam - Beeld Imke Panhuijzen.
Styling: Alexandra Vilcov .
Haar en make-up: Christel Man

Hoe gevaarlijk en mensonterend de vlucht van haar ouders uit Vietnam was, weet schrijver, actrice en theatermaker Nhung Dam pas sinds een paar jaar. Emoties werden thuis niet gedeeld, haar ouders waren te druk met overleven. Ook zelf staat ze altijd in de overlevingsstand.

Halverwege het gesprek zegt Nhung Dam: ‘Vanochtend voelde ik weer even zo’n oprisping van vroeger, over dingen die voor veel mensen vanzelfsprekend zijn, maar waarvan ik thuis de codes niet heb geleerd. Dat jij hier dus vandaag kwam en ik me ineens afvroeg of ik jou had moeten appen om te vragen wat je wilde drinken. En of je dan koekjes op tafel zet, ofzo? Wat doe je eigenlijk, als er visite komt? Wij kregen vroeger nooit visite, dus ik ken de etiquette niet.’

Ze staat op vanachter de houten eettafel. Een licht appartement, driehoog in de Amsterdamse Indische buurt, veel planten. Naast de televisie een Boeddhabeeld, een muur nog vol geplakt met felgekleurde post-its die schematisch de opzet van haar nieuwste roman aangeven. Op tafel heeft ze bakjes neergezet: amandelen, rode druiven en Vietnamese kokossnippers, die in het geboorteland van haar ouders traditioneel met nieuwjaar worden gegeten. Een pot thee, twee glazen water. ‘Ik heb alles helemaal zelf moeten leren, omdat mijn ouders met andere dingen bezig waren. Kort samengevat: met overleven. Ook de meest banale dingen, zoals met bestek eten. Ik was 11 toen ik voor het eerst bij een vriendinnetje ging eten, stamppot met gehaktballen. Thuis aten wij alleen met stokjes, ik had nog nooit een vork en mes vastgehouden. Dus die gehaktbal schoot weg, de tafel over. Ik kan die schaamte nu nog voelen.’

En nu we toch bezig zijn: ‘Dit is ook genant, maar ik heb voor dit gesprek de hulp van ChatGPT ingeschakeld. Ik heb dus aan de computer gevraagd in hoeverre je in een interview over je privéleven moet vertellen. Ik heb het antwoord opgeslagen, mocht je benieuwd zijn?’

Ze draagt voor: ‘Of je wel of niet moet uitweiden over je privéleven tijdens interviews is afhankelijk van verschillende factoren. Zoals de aard van het interview, het onderwerp van het interview en je eigen comfortniveau met het delen van persoonlijke informatie. In sommige gevallen kan het delen van persoonlijke ervaring en achtergrondinformatie helpen om een beter begrip te geven van wie je bent en wat je drijft. (...) Bijvoorbeeld als je wordt geïnterviewd over je persoonlijke levensverhaal of als je een boek of film hebt gemaakt die geïnspireerd is op je eigen leven. Echter, het is belangrijk om je te realiseren dat persoonlijke informatie ook misbruikt of verkeerd geïnterpreteerd kan worden. (...) Het is belangrijk om je eigen comfortniveau en grenzen te respecteren en deze te communiceren naar de interviewer.’

De aanleiding voor het portretterende interview is Dams tweede roman Definitie van liefde, die komende week verschijnt. Ze debuteerde vijf jaar eerder, met Duizend vaders, het boek waarover taalkundige Wim Daniëls toen zei: ‘De mooiste roman die ik de laatste tijd heb gelezen.’

Dam werd geboren in Groningen, studeerde na een bachelor psychologie af aan de Amsterdamse Toneelschool en werd bekend door rollen in populaire televisieseries als Het geheime dagboek van Hendrik GroenFlikken MaastrichtDertigers en Klem. Daarnaast is ze succesvol op het toneel, zowel in stukken van Het Nationale Theater, de Toneelmakerij en Theater Oostpool, als in haar samenwerking met regisseur Koos Terpstra. Met hem schrijft ze stukken waarin ze zelf meespeelt, zoals Liefdesles en haar overal met vier sterren ontvangen solo 3 miljoen voetstappen naar Sicilië, die ze opvoerde tijdens coronatijd op in het DeLaMar, en vervolgens in zestig andere theaters.

Het is maart 2020 als Dam is opgekrabbeld van de burn-out die haar na het schrijven van Duizend vaders overvalt, als actrice steeds meer zichtbaarheid krijgt, maar ook de relatie met haar verloofde wordt verbroken, ze door de corona-uitbraak halsoverkop moet terugkeren uit New Orleans waar ze werkte aan haar nieuwe roman, ze vanwege de lockdown niet voor fysieke troost bij vrienden terechtkan en ze haar verdriet, wanhoop en gedwongen eenzaamheid van zich af probeert te wandelen in steeds grotere rondjes in en rondom Amsterdam. Totdat ze op een gegeven moment besluit te berekenen waar al die tienduizenden stappen haar gebracht zouden hebben als de grenzen wél open waren: 1.763 kilometer verder – tot diep in Italië dus.

Koos Terpstra zei aan de telefoon: ‘Het schrijven van dit nieuwe boek heeft Nhung veel gekost, ze is totaal uitgeput. Haar omgeving moet zorgen dat ze overeind blijft.’

Met de handen voor haar ogen geslagen: ‘Ik had me zo voorgenomen om dit keer niet helemaal tot het uiterste te gaan. Onderweg wil je ook wat leren, toch? Niet weer in een burn-out terechtkomen, bijvoorbeeld. En je zou toch ook mooie kunst moeten kunnen maken zonder dat je er zelf aan onderdoor gaat? Maar goed: kennelijk is het bij mij altijd alles of niets. Het zal met vroeger te maken hebben, dat ik steeds weer zo ver ga.’

Op welke manier?

‘Mijn ouders zijn gevlucht voor de oorlog in Vietnam, hebben onderweg gruwelijke dingen meegemaakt en moesten in een nieuw land een nieuw bestaan opbouwen. Omdat ik van jongs af aan heb gezien hoe zij aan het overleven waren, voelt het alsof ik hun opofferingen wáárd moet maken. Waardoor er voor mij geen dagen bestaan waarop ik zomaar gratis kan luieren. Ik reed laatst over de A10 en zag de zon ondergaan boven de snelweg. Het ontroerde me en ik vroeg me meteen af waarom. Nou, omdat er weer een dag voorbij was gegaan. En: had ik daar wel genoeg uit gehaald?

‘Dat gevoel heb ik heel vaak, alsof je elke dag als een handdoek moet uitwringen, tot op de laatste druppel. Ik heb niet zozeer geleerd om te leven, maar vooral om te overleven. Dus schrijf ik een boek alsof ik aan het overleven ben en sta ik op het toneel alsof het mijn laatste voorstelling is. Mijn therapeut zei: ‘Je doet dingen met zo’n urgentie alsof je permanent bang bent dat je erop wordt afgerekend.’ En dat klopt wel. Die afrekening gaat dan vooral over de vraag of mensen kunnen zien dat ik toch niet goed genoeg ben geïntegreerd, ofzo. Het idee: zie je, ze is toch niet één van ons.’

Nhung Dam Beeld Imke Panhuijzen

Het al dan niet hebben van bestaansrecht is sowieso een rode draad in de boeken en toneelstukken die je schrijft.

‘Ja. De vraag: is bestaansrecht iets wat je bij je geboorte wordt gegeven? Of moet je het verdienen? Laatst zei iemand dat ik zo netjes praat. En dat herinnerde me eraan hoe obsessief ik bezig ben geweest om keurig ABN te leren spreken. Omdat ik nog een sterk Vietnamees én Gronings accent had toen ik op de toneelschool kwam. Dat maakten de docenten heel persoonlijk: als ik niet van dat accent afkwam, zou ik verder geen schijn van kans maken. Dus heb ik eindeloos nieuwslezeressen opgenomen en nagepraat. Op de fiets, onder de douche, in bed. Terugkijkend is dat een goed voorbeeld van een periode in mijn leven waarin ik zo wit mogelijk probeerde te zijn.

‘Als kind droomde ik van een carrière als actrice en schrijver, terwijl ik in mijn omgeving geen enkel rolmodel had. We hadden geen boeken in huis, ik kende niemand die acteerde. Maar op televisie zag ik Katja Schuurman in Goede tijden, slechte tijden en ik dacht: ‘Als je zoiets ooit bereikt, heb je álles en ben je voortaan supergelukkig.’ Dus ik googlede: ‘Hoe word ik actrice?’

‘Maar doordat ik vervolgens tijdens de opleiding zo streng ben afgerekend op mijn afkomst, weet ik inmiddels dat die kunstwereld niet alleen maar zaligmakend is, maar ook genadeloos. Júíst omdat ik zo graag bij dat wereldje wilde horen, heb ik onderweg ook veel moeten inleveren en achterlaten. Mijn enige toegang tot dat vak leek erin te zitten mezelf steeds witter en witter te maken. Door bijvoorbeeld nooit iets over mijn achtergrond te delen. Niet de Vietnamese liederen zingen die ik van thuis kende, maar Jacques Brel of The Beatles – muziek waar ik totaal niet mee was opgegroeid.

Desondanks werd ik bij mijn audities voor een stageplek dertien keer keihard afgewezen. Een regisseur zei letterlijk: ‘Als jij auditie doet, zien wij gewoon een Chineesje het toneel op lopen. Je moet het vanuit ons perspectief zien, je bent gewoon moeilijk inzetbaar. Een rol als in Tsjechovs Drie zusters kun jij niet spelen; wat moet het publiek dan denken? Dat je geadopteerd bent, ofzo?’’

Wat erg.

‘De desillusie was groot. Dat ik mezelf onderweg had verloochend én dat dat dus ook nog eens niets had opgeleverd. Ik was zo bleu toen ik in Amsterdam kwam. Ik kende niemand, had nog nooit in een tram gezeten, nooit de muziek geluisterd die iedereen leek te kennen. Op Marktplaats vond ik een kamer waarvoor je moest hospiteren. Ik googlede hoe je dat moest doen, zoals ik alles google. Er stond dat je iets kon meenemen om zo een grotere kans te maken. Dus ik pakte loempia’s uit de kraam van mijn vader in, maar de jongen die opendeed, gooide ze rechtstreeks de vuilnisbak in. Toen zag ik dat anderen flessen wodka hadden meegenomen en andere, veel coolere dingen. Ik schaamde me zo erg...’

Het is 1979 als Hong Dam, de vader van Nhung, door zíjn vader – die arts is – met zijn broer op een bootje wordt gezet. Weg van het gevaar in het door oorlog verscheurde Vietnam, weg van de armoede, op naar een betere toekomst en een universitaire studie in een veiliger land. In oktober 2021 vertelt Hong Dam in het Dagblad van het Noorden over die vlucht. Hoe hij en zijn broer werden ontdekt, en vervolgens twee maanden gevangenzaten in een snikhete container.

Hoe er twee jaar later een nieuwe poging werd gedaan, dit keer op een wankele boot, alleen een korte broek en een kompas mee, richting de Filipijnen. Maar na twee dagen en nachten dobbert de boot met 69 jongeren stuurloos rond in de Zuid-Chinese Zee, is het drinkwater aan boord inmiddels op en is er geen land in zicht.

Nhung Dam Beeld Imke Panhuijzen

Een catastrofe wordt voorkomen dankzij een Nederlands containerschip op weg naar Hongkong, dat alle Vietnamezen meeneemt. Daar verblijven ze negen maanden lang in een vluchtelingenkamp – zonder stromend water, met één kommetje rijst per dag en twee mensen in een eenpersoonsbed – voordat Nederland ze officieel opvang verleent en Hong in een opvangcentrum op Callantsoog verkering krijgt met een Vietnamees meisje dat op dezelfde gammele boot had gezeten.

Ze gaan wonen in de Groningse wijk Beijum, een boeddhistisch stel in een achterstandswijk vol nuchtere noorderlingen. En omdat Hongs Nederlands te slecht is om een studie te kunnen volgen, besluit hij loempia’s te gaan verkopen, waar in Groningen begin jaren tachtig nog nooit iemand van heeft gehoord.

In de avonduren wordt de snack in de huiskamer gerold, overdag bakt hij ze in een koekenpan op de Ebbingebrug. Het blijkt een succes, de koekenpan maakt plaats voor een frituurpan en Hong laat een knalgele kraam ontwerpen, waarop ‘Bich Nhung’ staat – ‘van Nhung’ – naar zijn oudste dochter.

Diezelfde Nhung, nu: ‘Ik moest zo hard huilen toen ik dat stuk in de krant las... Omdat ik nooit had geweten dat mijn vader meerdere vluchtpogingen had gedaan en ook niet dat het zó gevaarlijk en mensonterend is geweest. Bij ons thuis was geen ruimte voor emotionaliteit. Dat je via de media zoiets over je vader leert, vond ik heel heftig.’

Je hebt in interviews verteld dat je je schaamde dat jouw vader een loempiakraam had. Vind je die schaamte achteraf weleens pijnlijk?

‘Ik realiseerde me pas toen ik ouder werd dat ik lang vanuit een luxepositie heb gedacht: ‘Je bent toch wat je wilt worden?’ Het heeft best lang geduurd voordat ik besefte dat niet iedereen het voor het kiezen heeft. Dus dat mijn vader niet op dat bootje is gestapt met de ambitie om in een vreemd land loempia’s te verkopen. Dat hij ook andere dromen moet hebben gehad. Mijn vader is namelijk knetterslim. En dat is ook zo tragisch aan het verhaal van veel migranten: in je nieuwe land word je vooral beoordeeld op je beheersing van de taal. Dus waar ik in het Vietnamees altijd alleen maar een heel slimme man hoorde, zag ik mensen voor zijn kraam opzettelijk hard en duidelijk articulerend roepen: ‘Mag-ik-één-loempia-alsjeblieft.’ Alsof hij te dom was om het anders te begrijpen.

‘Maar ik vergeef mezelf die schaamte wel, omdat ik precies op dat punt zo vreselijk ben gepest. Ik ben bespuugd, van mijn fiets getrokken, er werd rauwe vis naar me gegooid en de naam van zijn kraam was ook een bron van pesterijen: ‘bitch’ Nhung, noemden ze me. Wat mijn vader deed was zo visueel: avond aan avond loempia’s verkopen, in zo’n knalgele kraam. Terwijl ik zelf altijd zo onzichtbaar mogelijk probeerde te zijn. Als we bij de Bristol nieuwe kleren gingen kopen, vroeg ik me altijd af in welke broek ik zo min mogelijk zou opvallen, op welke kleding ze me niet zouden kunnen pakken.

‘Wat ook meespeelde: de angst dat die kraam mijn enige toekomstperspectief zou zijn. Dat ik er niet aan ontkwam om ook loempiabakker te worden.’

Jouw vader is inmiddels bezig met een vernieuwde kraam én hij heeft een succesvolle andere zaak in Groningen, Mr. Dam.

‘Toen hij in coronatijd niet terug kon naar Vietnam, heeft hij zich volledig gestort op het ontwikkelen van het perfecte Vietnamese broodje, Bánh mì. En dat loopt ontzettend goed. Mijn vader heeft een enorme ondernemersdrift, verzint steeds weer iets nieuws. Ik weet nog hoe vroeger ons hele huis ineens vol stond met keramieken kikkers, omdat hij dacht dat daarmee geld te verdienen was. Hij waagt gewoon elke keer die sprong in het diepe, het lijkt alsof hij nooit bang is. Terwijl ik soms het gevoel heb dat ik permanent bang ben.’

Nou, jij bent actrice en schrijver geworden in een taal die thuis niet werd gesproken, zonder welk voorbeeld of kruiwagen dan ook.

‘Dat is ook zo en dat herken ik in mijn vader: júíst als ik angst voel, wil ik die emotie bevechten.’

Bij je vader ontwaakte eenmaal in Nederland de ondernemerslust, je moeder ontwikkelde een vorm van PTSS.

‘Met zo’n geschiedenis kun je of verlamd raken of juist een enorme levenskracht ontwikkelen. Mijn moeder maakte haar wereld steeds kleiner, terwijl mijn vader zijn grenzen enorm oprekte, alsof hij zijn bestaansrecht voortdurend aan zichzelf moest bewijzen. Dat snap ik heel goed.’

Begrijp je je moeder ook?

‘Inmiddels begrijp ik volledig dat ze bang is geworden voor het leven. Als kind was ik heel boos op haar. ‘Kom op, stap de deur uit en maak er iets van!’ Maar nu zie ik in dat zij een tragisch voorbeeld van ontheemding is. In de veertig jaar dat ze er weg zijn, heeft Vietnam zich dusdanig ontwikkeld dat mijn moeder daar niet meer thuis is. Maar Nederland is ook nooit haar land geworden. Dus eigenlijk is ze nergens thuis.’

In eerdere interviews heb je verteld dat jouw vader in Vietnam een tweede gezin had, in jouw werk komt vaak de getraumatiseerde moederfiguur voor. Is het ook weleens lastig om zo te putten uit je eigen leven terwijl de Vietnamese cultuur voorschrijft dat je je vuile was binnenhoudt?

‘Natuurlijk. Dat is ook de reden dat ik geen non-fictie schrijf, maar romans. En waarom ik interviews lastig vind, omdat ik heb geleerd dat je emoties voor jezelf houdt. Zelfs binnen het gezin worden ze amper gedeeld, dus laat staan buiten de deur.

‘Sowieso heb ik last van een permanent schuldgevoel richting mijn ouders. Het is mij ingeprent dat je alles doet in dienst van het collectief. Dat gaat altijd voor individuele belangen. Maar wat doe ik? Ik ben bezig mijn eigen dromen na te jagen, mijn eigen pad te bewandelen. Dat voelt egoïstisch. En dat schuldgevoel hindert me.’

Praat je er met je therapeut over?

‘Jawel, maar zij snapt de diepte van de cultuur waarmee ik ben opgegroeid niet echt. Ze zegt: ‘Het is goed om je eigen leven te leiden.’ Natuurlijk is dat waar, maar het is ook vanuit een westers perspectief geredeneerd. Dat diepe schuldgevoel huist in de 50 procent van mij die Vietnamees is. Bij elke keuze die je in je leven maakt, telt maar één ding: wat is het beste voor de hele familie?’

Sowieso niet: actrice en schrijver worden.

Grote glimlach: ‘Nee. Mijn vader had gehoord dat je met een studie econometrie veel geld kon verdienen, dus hij had gehoopt dat ik daarvoor zou kiezen. Ik heb nu een tweede roman geschreven bij een prestigieuze uitgeverij, ik heb een column in een krant en speel in populaire tv-series. Maar dat zegt mijn ouders helemaal niets. En inmiddels heb ik daar vrede mee. Ik ben er oprecht oké mee als zij er niet oké mee zijn.’

Er is een tijd geweest dat je premières van voorstellingen heel lastig vond.

‘Ja, omdat de ouders van mijn collega’s wél allemaal kwamen kijken. Applaudisseerden, complimenten gaven en bloemen meenamen. Alles waar ik ook van droomde. Tegelijkertijd vond ik het raar dat die collega’s, die vaak een stuk ouder waren dan ik, die bevestiging nog zo nodig hadden. Al hangt dat ook erg samen met ons vak. Stel dat je chirurg bent: dan komen je ouders toch ook niet elke week kijken hoe je het ervan afbrengt? Dus wat maakt dat je ver voorbij je volwassen leven nog steeds iets doet waarbij je wilt dat mensen voor je klappen?

‘De meeste acteurs zijn toch een beetje blijven hangen in de vroeg-Freudiaanse fase. We willen kunst maken, maar er zit ook iets kinderlijks bij. Een intrinsieke hang naar erkenning en gezien willen worden. Waarbij je je meteen kunt afvragen: Wat is dat dan, succes? Voor mijn ouders is dat níét een belangrijke literaire- of toneelprijs, maar: een internationale carrière in het bedrijfsleven en een vet salaris.’

Rijkdom.

‘Precies. In de Vietnamese cultuur wensen we elkaar geen gelukkig nieuwjaar, maar: ‘Moge je rijk worden, en nóg rijker.’ Het gaat om welvaart, om succes dat aan de buitenkant valt af te meten.’

Zoals jouw zusje bereikte.

‘Die studeerde cum laude af en werkt voor een groot internationaal bedrijf in Singapore; iets waarvoor ik veel respect heb. En ik heb ook altijd begrepen dat mijn ouders graag over haar succes pochten. Tegelijkertijd weet ik dat mijn moeder het lastig vindt dat wij met alles wat we doen zo diep gaan. Omdat zij denkt: ‘Wij hebben dát leven gehad, juist omdat we jullie gunden dat het wat makkelijker zou gaan.’’

In het boek Droom groot van Eva Jinek vertel je dat je 11 jaar bent, uit school met een vriendinnetje meegaat en haar vader jullie vraagt: ‘Hoe was het op school?’ En: ‘Hoe gaat het met je?’ Jij bent flabbergasted.

‘Nu je dat zegt, ontroert het me weer. Omdat dat toen zoveel indruk op mij maakte. Ik vond het zó vreemd; er had nog nooit iemand aan mij gevraagd hoe het met me ging. Ik wist ook totaal niet hoe ik daarop moest antwoorden.

‘Als ik het zelf analyseer, werd het bij ons thuis als een vorm van luxe gezien, om aandacht te besteden aan gevoelens. Mijn ouders waren puur bezig met zich staande houden. Omdat mijn moeder de taal niet sprak, moest ik al jong vertalen wat de dokter zei als zij kwaaltjes had, of brieven voor haar schrijven naar de sociale dienst. Ze had een bijstandsuitkering, dus een kapotte printer zorgde bij ons al voor stress.

‘Hoe arm mijn moeder als kind is geweest, weet ik pas sinds vorig jaar, toen ik in de voorstelling De Bananengeneratie speelde, en we als voorbereiding onze eigen ouders moesten interviewen. Mijn moeder is opgegroeid in een hutje aan een rivier. In het water ervan leerde ze zwemmen, ging ze naar het toilet én deed ze de afwas. Elektriciteit was er niet. Dus waar ik als kind boos was, omdat mij nooit liefdevolle vragen werden gesteld, zie ik inmiddels dat zij vanuit haar perspectief ons de wéreld heeft gegeven.

‘Als kind wil je gewoon horen dat je ouders trots op je zijn; mijn moeder zette vroeger soms een bijzondere vis op tafel. Dat was haar manier om trots uit te drukken, of troost te bieden. Hun manier om goede ouders te zijn, was zorgen dat er elke avond eten op tafel stond en je elke ochtend schone kleren aan kreeg naar school.’

In de komende week te verschijnen nieuwe roman van Dam gaat het over actuele onderwerpen als migratie, racisme, machtsstructuren en het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen. Ook vriendschap en moederschap zijn belangrijke thema’s. Hoofdpersoon is de succesvolle Amerikaanse actrice Rose, geboren met de naam Hoa, kind van getraumatiseerde Vietnamese bootvluchtelingen, een ‘onbenullige snackbardochter’ die ‘het frituurvet van zich af probeert te wassen’.

Rose ontdekt dat ze zwanger is en kort daarna wordt ze door haar verloofde verlaten. Vervolgens moet ze kiezen: wordt ze moeder of niet?

Dam: ‘In Duizend vaders had ik nog dingen uit te zoeken in het verleden. Vooral: hoe word je gevormd door je jeugd en geschiedenis? Dit boek gaat meer over wat er in het verschiet ligt: welke dromen heb je voor de toekomst? Daarin is het ook belangrijk om moeder van jezelf te kunnen zijn – iets wat ik slecht heb geleerd. Bij een moeder denk ik aan geborgenheid, veiligheid, steun, empathie. Eigenschappen die ook belangrijk zijn om uiteindelijk goed voor jezelf te kunnen zorgen. Maar hoe doe je dat, als je dat niet van huis uit hebt meegekregen? En: wat betekent het voor de liefdesrelaties die je aangaat?’

Net als jij wordt Rose in een luchtballon ten huwelijk gevraagd, maar uiteindelijk verlaten. Het is Rose lang niet duidelijk waarom haar verloofde vertrekt; hetzelfde gold voor jou. Ben je daar inmiddels achter?

‘Ik heb mezelf die vraag inmiddels wel duizend keer gesteld: waar ging het precies mis? Het enige dat ik kan bedenken is wat ik net vertelde, en wat de bron van dit boek is: hoe doe je dat, liefde? Hoe beoefen je het? Misschien heb ik te veel van de liefde gevraagd, en had hij het gevoel dat hij daaraan niet kon voldoen. Het is gewoon heel tragisch: we hielden ontzettend veel van elkaar, maar het ging niet.’

Heb je er iets van geleerd?

‘Dat je het leven ook een kans moet geven iets jouw kant op te laten waaien. Ik ben iemand die alles vastgrijpt en wil controleren, maar liefde laat zich gewoon niet controleren. En hoewel ik nu een fijne nieuwe relatie heb, moet ik misschien gewoon leren accepteren dat ik nooit helemaal over die breuk heen kom.

Bij mijn generatie gaat het heel erg over de maakbaarheid van het leven. En ik denk dat ik de maakbaarheid van míjn leven in elk geval op professioneel vlak tot het maximum heb opgerekt. Tegelijkertijd zijn er ook dromen die ik enorm heb moeten bijstellen. Bijvoorbeeld het beeld van waar ik nu, op mijn 38ste, zou zijn; in een relatie, met een gezin – maar dat kun je dus niet afdwingen.

Nhung Dam Beeld Imke Panhuijzen .
Styling: Alexandra Vilcov .
Haar en make-up: Christel Man

Ik word geraakt door het nummer Martha van Tom Waits, waarin hij aan het eind van zijn leven terugkijkt op wat het allemaal had kúnnen zijn. Ik weet inmiddels dat het verlies van je dromen ook een heftige vorm van rouw is. En ja, dat speelde natuurlijk ook in mijn eigen leven: het ene moment droom je samen van een gezin, een paar weken later meld je je gekneusd aan bij een datingapp.’

Zonder te spoilen: Rose vraagt zich af of ze het kind in haar buik wel of niet moet houden.

‘Wat me erg bezighield was de tragiek van iets wat nog niet is gekomen, terwijl je het wel had gewild. In de voorbereiding op Definitie van liefde sprak ik met veel vrouwen en allemaal hebben ze zich moeten verhouden tot het thema moederschap. Sommigen zaten al heel lang in een fertiliteitstraject, anderen hadden acht miskramen doorstaan, er waren vrouwen die spijt kregen van het moederschap en vrouwen die hun zwangerschap afbraken júíst uit liefde voor hun ongeboren kind. Mijn persoonlijke verhaal zweeft daar ergens tussenin, zonder dat ik het wil specificeren. Het doet er ook eigenlijk niet toe: het ene verhaal is niet tragischer dan het andere. Het feit op zich is pijnlijk: dat zo veel vrouwen hun leed in stilte moeten dragen. En dat er dus zo veel verschillende soorten moeders zijn.’

Vaak hoor je van mensen die een ingewikkelde jeugd hebben gehad dat ze het eng vinden om moeder of vader te worden. Omdat ze geen of geen geweldig voorbeeld hebben gehad.

‘Ik weet niet waarop het precies is gestoeld, maar op dat vlak voel ik een groot vertrouwen. Ik wéét gewoon dat het wel goedkomt. Dus ik hoop dat het me op een dag is gegund.’

Even terug naar jouw ouders: eind vorig jaar speelde je in de voorstelling De Bananengeneratie, naar het boek van Pete Wu, die heel erg over de viering van de Oost-Aziatische afkomst gaat. Toen jullie in Groningen optraden, kwam bij het applaus ineens jouw vader naar voren gelopen, met een bos bloemen in zijn armen.

‘Precies dat waar ik al die jaren zo naar had verlangd en gesnakt, ja. En net op het moment dat ik het had losgelaten, omdat ik voel dat ik hun erkenning niet meer nodig heb, waren mijn ouders er allebei.’

Hoe voelde dat dan?

‘Voor iedereen om mij heen was het een soort catharsis. ‘O wat fijn voor je dat het eindelijk goed is gekomen!’ Mensen willen nu eenmaal een goed verhaal.

‘Maar ik vond het zelf totaal verwarrend. Het was net oké zo, en toen zag ik mijn vader zich naar voren wurmen. Wat ook niet gangbaar is, om dat als familie nog in het applaus te doen. Waardoor ik dacht: ‘Oh, hij kent de code natuurlijk niet.’ Maar tegelijkertijd was het ook heel ontroerend dat hij in het bijzijn van die hele schouwburg zijn dochter een bos bloemen kwam brengen.’

Een paar dagen later, mail van Nhung. ‘Was ons gesprek niet te zwaar? In alle ellende vergeet ik misschien soms het mooie te benoemen. Omdat er dankzij dat eeuwige doorgaan van mij ook magische dingen gebeuren. Bijvoorbeeld dat ik het als een extreme luxe beschouw dat ik mag kiezen welk leven ik leid, en welk werk ik doe.

Bovendien omarm ik nu alle shit van vroeger. Na alle schaamte die ik voelde over wat ik meezeul, keer ik het nu om: ik heb juist een oneindig vat waaruit ik kan putten. Ik herinner me hoe ik tijdens de promotietour van Duizend vaders veel vragen kreeg over mijn afkomst en een collega zei: ‘Ik ben jaloers op je, jij hébt tenminste een verhaal.’ Zo had ik er nog nooit naar gekeken, dat was juist iets wat ik altijd had proberen te verbergen. Sindsdien besef ik: kunst is de enige plek waar stront tot parels kan worden. Liefs, Nhung.’

.

Antoinnette Scheulderman

Bron: De Volkskrant, 23.03.2023

_______

‘Definitie van liefde’ verschijnt dinsdag 28 maart bij De Bezige Bij. De vrij te bezoeken boekpresentatie vindt plaats op zondag 2 april vanaf 13 uur onder de luifel van boekhandel Athenaeum op het Amsterdamse Spui. Daar zullen twee kramen staan: eentje van Nhung Dam met haar boeken, en een felgeel gekleurde mobiele kraam, waar Hong Dam zijn Vietnamese broodje Bánh mì uitdeelt.

 

Direct link: https://caidinh.com/Archiefpagina/Activiteiten/ActiviteitenNL/actriceenschrijvernhungdamaandacht.html


Cái Đình - 2023