Annemiek van Dongen


Handgemaakte loempia’s in de Mekongdelta

Een fietstocht door het zuiden van Vietnam voert langs hartelijke families, boeiend waterleven en bijzondere gerechten. 'Alles wat beweegt, eten we op.'

Ze komen direct van het vuur, de pakketjes bananenbladeren die de giebelende vrouwen de buitenlanders op mountainbikes hebben toegestopt. Het blijken zoete gebakjes van rijst, bonen en kokosmelk. Ze horen bij bijzondere gelegenheden, zoals een huwelijk, vertelt fietsgids Tung. „Zie je wel dat we geluk zouden hebben vandaag?"

Daarmee verwijst hij naar de begrafenisstoet die de fietsers eerder deze morgen tussen Ho Chi Minh Stad en de Mekongdelta hadden gepasseerd. Zo'n stoet brengt geluk, had Tung gezegd. „Verdriet voor hen, geluk voor ons. Als je 's ochtends een bruiloft ziet, is het andersom."

De doodskist lag op een drakenboot achterop een pick-uptruck die was versierd met vlaggen, wierook en bloemen. Een laatste reis over de snelweg naar een geboortedorp in het zuiden van Vietnam. Begeleid door monniken die half uit de overvolle laadbak hangen, vrolijk zwaaiend naar het busje van de fietstoerorganisatie. „De draak is heilig in onze cultuur", zegt Tung. „Hij brengt de geest van de overledene naar de hemel, het paradijs."

De groene delta van de Mekong is de hemel voor fietsers. De dijkweggetjes langs de duizenden stroompjes en kanalen waarin de lange rivier uitwaaiert, zijn zo smal dat ze voor auto's – laat staan vrachtwagens – onbegaanbaar zijn. Fietsers komen op de smalle betonnen paden sporadisch een tuktuk vol kokosnoten tegen, schoolmeisjes op elektrische fietsen, en een overstekende kip met haar schare kuikens. En, natuurlijk, scooters. Die zijn hier het vervoermiddel voor alles: een varken, een matrassenhandeltje, acht kratten bier. Met dank aan de tweekindpolitiek blijkt de brommer zelfs prima te fungeren als vervoermiddel voor het hele gezin.

De oneindige watertoevoer maakt de delta de fruitschuur van Vietnam. Op de fiets moet je regelmatig bukken om een mango of tros bananen te ontwijken. Het is maar goed dat Tung ook fietshelmen heeft uitgedeeld. Al is het maar de vraag of de helmpjes zouden beschermen tegen vallende – kilo's zware – jackfruits of doerians.

De fietsers hoeven alleen te schakelen voor bruggen. Die zijn soms best een uitdaging, want ze zijn steil, en zonder reling. Dan moet je een vaardige evenwichtskunstenaar zijn om het stuur recht te houden. Wie zich laat afleiden door een visser, zwemmende kinderen of een vrouw die beneden de was doet, kan in het modderbruine water belanden.

Gelukkig is er op de pontjes die de brede rivierarm en overbruggen tijd om naar het waterleven te kijken. Nog niet zo lang geleden ging al het vervoer hier per boot, vertelt Tung (40), die opgroeide in de delta. Dat klinkt romantisch, maar dat was het niet. „Het kostte veel tijd om fruit en vis naar de markt te brengen. Met de scooter gaat dat veel sneller. Daardoor blijft het vers en kunnen we de verse goederen ook exporteren. De motorfiets heeft ons leven veranderd. Veel Vietnamezen zijn de afgelopen jaren rijk geworden. Vooral in deze regio, bekend om zijn doerians. De prijzen waren booming."

De economische groei is terug te zien aan de nieuwe huizen met glimmende marmeren veranda's, zoals die van de giechelende vrouwen die zoete gebakjes uitdelen. Ze worden bewaakt door de goudgeverfde poorten met hondenkoppilaren die ook oprukken in Oost-Europese landen. De nieuwe rijken verlangen villa's van drie verdiepingen. Bouwvakkers sjouwen met kruiwagens vol cement, uit gettoblasters schalt Aziatische popmuziek. Vanuit haar hangmat kijkt een meisje verbaasd op van haar iPhone: wie haalt het in zijn hoofd om bij deze temperatuur, midden op de dag, vrijwillig rond te fietsen?

Ook de doden delen mee in de jonge welvaart. Grote stenen sarcofagen in de achtertuinen herbergen de lichamen van overleden familieleden.

„Mot, Hai, Ba... Yo!" Eén, twee, drie... proost! Restauranteigenaar Sáu slaat zelf ook een borrelgaasje achterover. Schaterlachend geeft hij een high five aan de nog enigszins beduusde fietstoeristen die in de tuin van zijn restaurant zijn neergestreken. Die zelfgestookte jenever van longan, een lychee-achtige vrucht, hakt erin. Zeker bij deze tropische temperaturen. Tijd om bij te komen is er niet, want Sáus vrouw en zoon dienen de lunch op: loempia's, een pannenkoekje met taugé en varkensvlees, een grote gamba. Dan volgt het hoofdgerecht: olifantsoor. De gefrituurde vis wordt hier verticaal geserveerd in een houten standaard. Sáu – zes in het Nederlands, want hij is het zesde kind in de familie – doet voor wat de bedoeling is. Hij weekt een velletje rijstpapier in het bakje water, legt er wat verse takjes munt, citroenmelisse en komkommer op. Vervolgens schraapt hij de vis van de graat, rolt het pakketje stevig op en dipt het in de vissaus. Handgemaakte, kakelverse loempia! En alsof dat nog niet genoeg feest is, volgen nog meer schaaltjes: botermalse kip in knoflook, rijst, een groentesoepje, vers fruit.

Direct na zo'n godenmaal op de fiets stappen is geen optie, vindt ook meneer Zes. Hij dirigeert zijn gasten naar een hangmat.

Kraaiende hanen, kwetterende vogels en het zonlicht dat door de ramen zonder gordjnen naar binnen piept, kondigen in alle vroegte de volgende dag aan. De overnachtingsplek heet homestay, maar is meer een simpel hotel. Het ontbijt is afgestemd op de nuchtere maag van de westerse toerist. Geen pho – de rijstnoedelsoep met vlees of vis die de Vietnamezen zelf eten – maar een baguette, La vache qui rit-smeerkaas, jam en koffie. De Franse invloed is in Vietnam nog ruim aanwezig.

Tung heeft de fietsen al naar de boot gebracht. De reis over water gaat naar Cai Be, een stadje bekend om zijn drijvende markt. Zelfs om half 8 's ochtends hangt er al een klamme hitte, Met een briesje op het water is het prettig wakker worden.

De ogen op de boeg van elke boot – van de kleinste houten vissserskano tot moderne binnenvaartschepen – zijn typisch voor de Mekong, vertelt Tung. „Om krokodillen af te schrikken. Vroeger aten krokodillen hier heel veel mensen op. Nu niet meer. Door de oorlog in de jaren 60 en 70 was er zoveel honger dat mensen alle krokodillen hebben opgegeten." De ogen op de boten zijn gebleven.

Op elke vraag over de flora en fauna heeft Tung een antwoord. De waterplanten die de kanalen als een groene deken bedekken? „Waterhyacinten. De bloemen zijn eetbaar. Van de stengels maken we manden, de bladeren voeren we aan de varkens."

De drijvende markt was altijd het kloppend hart van de delta. Honderden boten van handelaren lagen hiervoor anker, klanten roeiden langs in kleine bootjes. Vandaag zijn de handelsboten op de vingers van twee handen te tellen. Van een afstand is te zien wat ze verkopen: aan hun mast bungelen aardappels, knollen of meloenen. De boot die de beste zaken doet, lijkt de fruitkraam voor toeristen. Hier kunnen zij een stukje doerian proeven. Het stekelige stinkfruit dat vanwege zijn penetrante geur in veel hotels verboden is, maar bij Aziaten geliefd vanwege zijn vermoede lustopwekkende werking. De geur blijkt een aardige voorspeller van de smaak: een mengeling van ui, knoflook en gorgonzola.

Later, weer op de fiets, passeert een brommer met een andere curiositeit van de Vietnamese keuken op zijn bagagedrager: een kooi vol levende ratten.

Langs de weg zit een verkoopster in de schaduw van haar traditionele hoed bij een teil vol slakken. „Alles wat beweegt, eten we op", zegt Tung.

Verderop is een man bezig zijn voormalige huisdier te villen. De organen liggen uitgestald in een mandje, een pan met specerijen staat al te pruttelen op het vuur. „De waakhond was lui geworden", vertelt hij grijnzend. De fietsers laten de mogelijkheid om een vorkje mee te prikken aan zich voorbijgaan. Een Vietnamese familie zal vanavond vast meer plezier beleven aan deze hond in de pot.

Markstadje Cai Be gaat langzaam over in een groene oase. Kokospalmen, orchideeën, lelies. Het lijkt wel een botanische tuin, aangelegd voor fietstoeristen. Zelfs de binnenvaartschepen op de vaarwegen langs de fietspaden zijn van hangplanten en bloempotten voorzien.

Midden in het groen staan ineens weer stalletjes: vrouwen de loten verkopen, sap uit suikerriet persen, saté roosteren van eenden de net nog in het kanaal achter hun huis zwommen. Fruit oogst je maar een keer per jaar, verklaart Tung. „De straatverkoop doen ze erbij."

En de mannen? Die spelen een potje Chinees schaken op de veranda of hangen rond de pooltafels van het lokale café. „Onder het communisme hebben we zo lang in armoede geleefd", verklaart Tung. „Nu we zelf geld verdelen, is het tijd om te genieten."

Dat gebeurt ook bij een restaurant in het stadje waar de fietstocht eindigt. Aan ronde tafels zitten de gasten onder honderden rode lampionnen. Bij de ingang staat een foto van het gelukkige paar: een bruiloft. Als dat maar geen ongeluk brengt... Tung kijkt zijn horloge en lacht. „Geen zorgen, het is al middag."

Annemiek van Dongen
Uit: AD, 21.10.2017


Cái Đình - 2017